De grootste gemene deler van geven

De grootste gemene deler van geven

“Waarom en wanneer geef je, en wanneer niet?” vraag ik Eus. “Is het iets waar je over nadenkt?” Eus werpt een snelle blik naar de verre horizon, daar waar de weidse Atlantische ophoudt, en zegt; “Daar denk ik niet over na, dat doe ik gewoon of niet.” Na een druk werkweekend, lopen we op een doordeweekse dag te mijmeren over levensthema’s terwijl we genieten van de glinstering van de zon in de oceaan. Overal doorkruisen we felgele velden met rol klavers met hier en daar oranje stippen van bloeiende Aloë Vera’s. Hier in de Algarve compenseren de wit-roze toefjes amandelbloesem het gebrek aan sneeuw in de winter. Als je hier woont heb je genoeg om dankbaar voor te zijn. Eén van de redenen waarom geven makkelijk is, als je al zoveel hebt wat je hart begeert.

Geven vanuit angst

Vroeger gaven we te veel, niet uit dankbaarheid maar uit angst. Toen we onze Bed and Breakfast The Art of Joy opstartten voldeden we aan vrijwel alle verzoeken van gasten; “Eus kun je ons naar de shopping mall brengen?” “Anne heb je nog een wandeling voor ons in petto?” Bovendien was alles voor nop. Door lichamelijk ongemak drong het tot ons door dat we al onze schatten aan energie te grabbel gooiden. Dan moet je niet verbaasd staan dat mensen daar gebruik van maken en het gewoon gaan vinden. Een goede les om voor onze diensten een kleine bijdrage te vragen. Dus naast dat we graag geven was de ingeslopen grenzeloosheid gestoeld op een onrealistische angst; stel je voor dat we het niet redden.

Geven is een gave maar wel met gezonde grenzen

Daarna zijn we onszelf meer gaan gunnen en geven en hebben meer balans gevonden tussen geven en ontvangen. En onze zaak loopt er niet minder door, integendeel. Waarschijnlijk zijn we nog steeds gul, met hapjes en drankjes maar vooral met interesse en betrokkenheid. Want daar ligt onze passie. Onze gasten/vrienden inspireren ons met diverse unieke verhalen en opgedane levenswijsheid. Toch met betrokkenheid kun je ook te ver gaan. Vroeger kon ik bijvoorbeeld niet slapen als iemand in de buurt even heel moeilijk zat. Geven is een gave maar wel met gezonde grenzen.

Geven vanuit het hart

Desalniettemin is spontaan geven fijn, ookal krijg je het misschien niet meteen terug. Vroeg of laat zonder dat je het verwacht komen er weer cadeaus jouw kant opgerold, via dezelfde persoon of iemand anders. Het is net als met geld. Het moet rollen, en zo ook met geven. Het is als het opstarten van een energiestroom die weerkaatst. Net zoals je een steen in een vijver werpt en ziet hoe ver de kringen reiken. Onderzoekend of mijn behoefte ook een gemeenschappelijke- is, heb ik het startsein gegeven voor twee netwerken; duurzaam toerisme en intervisie. Het is pure vreugde om samen iets te initiëren waardoor je van elkaar leert en het tegelijkertijd verbindt.

Geven om macht

Soms beweren mensen dat geven een manier is om macht te hebben over anderen. Mocht dit de reden zijn dan zullen de ontvangers zich onvrij voelen. Want dan zit in geven een controle kramp. Geven kan ook als motief hebben plichtsgetrouw te willen zijn en te willen voldoen aan wat de familie of vrienden kring van je vraagt. Ook dat voelt niet teugelloos. Want de motivatie stamt uit een patroon of dogma. Een moeten in plaats van mogen.

Leiding gevers en leiding hebbers

Volgens mij heb je mensen die eerder geven en anderen die afwachten en ontvangen. Toen ik bij de KLM werkzaam was zag ik mijn collega pursers op diverse manieren opereren. Je had leidinggevers en leidinghebbers. De hebbers konden de gehele reis relaxed achterover zitten, een beetje kritisch kijkend naar hun teamgenoten, zodat deze nog harder voor ze gingen lopen. Het werkt, maar of het ook voldoening geeft of een waarachtige verbinding oplevert is de vraag.

Functioneel geven

Ken je dat? Functioneel geven? Als je dit doet voor mij, dan doe ik dat voor jou. Een soort van zakelijke transactie. Op zich, op zakelijk niveau is daar niets mis mee. Maar als het een gewoonte is, leef je continu als boekhouder. Waarbij je waarschijnlijk ook snel teleurstellingen oploopt. Want je geeft zolang iemand nog iets voor je kan betekenen. Daarna vervlakt de toevoer, waardoor er nooit een verdieping optreedt. Voor diegenen die met ‘boekhouders’ te maken krijgen is het leerzaam om te doorzien dat wat buiten het hart om gaat, een spel is die je niet persoonlijk moet nemen.

De grootst gemene deler

Als je echt wilt geven en delen, zonder spijt maar met veel plezier, kun je tappen uit de grootst gemeenschappelijke deler; het hart. Dat klopt. Om onvoorwaardelijk te kunnen delen moet je mijns inziens ook jezelf het beste gunnen en geven. Dat zijn de mooiste levenslessen. Plus je raakt nooit uitgeleerd. Plant zaden van geluk, hoop en liefde; het zal naar je wederkeren in overvloed. Dat is een natuurwet.

Wanneer geef jij en waarom geef je? Wat is voor jou de grote winst van geven. Wanneer geef jij jezelf weg?