“ Can I ghelp you?” vraagt een robuuste Spanjaard in vriendelijk ‘Spenglish’. Met onze Ford transit proberen we ons vakantieadres te vinden langs een smalle boulevard. “Muchas gracias seňor!”, antwoord ik met een zucht van verlichting. “Kent u dit adres?” vraag ik terwijl ik hem een mailtje voorhoud.
“Venga seňora!” zegt de man ons wuivend om mee te komen, terwijl hij in zijn auto stapt . Voor de deur van ons tijdelijke appartement stopt hij. Dit is niet de eerste en zeker niet onze laatste indruk van gastvrij Spanje.
Dagelijkse dingen die het doen
Zo ook in ons woon- en werkland Portugal. Voorbeelden te over van kleine attenties waar geen wederdienst voor gevraagd wordt. Ter illustratie. Ik ben allergisch voor koemelk. Daarom neem ik altijd een kartonnetje sojamelk mee naar mijn favoriete koffietentjes. Zij maken dan een Galão soja (koffie verkeerd met sojamelk) terwijl ze mij een espresso in rekening brengen. Een aantal pastelerias (lunchrooms) heeft nu zelfs sojamelk ingekocht. Dit soort ‘dagelijkse dingen die het doen’ maakt dat jij je gezien en thuis voelt.
Contact als cadeau
Zojuist belde ik met een medewerkster van een Nederlandse bank, betreft vragen over mijn rekening. “ Oh, u woont in Portugal? Waar? “ vraagt de medewerker opgewonden. “ Néé, ècht? Monchique? Daar ben ik geweest! Zo mooi is het daar. Kunt u mij uw website geven?” De reden waarom ik belde werd ondergeschikt. Het contact tijdens het gesprek was het cadeau.
Aangename samenleving
Waarom geef ik deze voorbeelden? Het zijn in mijn ogen blijken van medemenselijkheid en verbinding. Die zijn broodnodig voor een aangename samenleving.
Plas schema is mensonterend
Soms schrik ik van de mensonterende beelden op het Journaal of van verhalen van gasten, over wat er op de werkvloer gebeurt. Mijn ontsteltenis is het grootst over de zorgsector, organisaties waar je juist betrokkenheid verwacht. Onlangs schetst één van onze gasten werkend in de gezondheidszorg een onthutsend beeld. “ Het is haast niet te doen, wij hebben één medewerker op dertig dementerenden. Om de werkdruk te verlichten heeft het management een ‘plas schema’ ingevoerd waarbij de patiënten niet meer dan drie keer per dag op gezette tijden mogen plassen. Daar komt nog bij dat de meeste patiënten al om 18.00 uur op één oor moeten liggen. Bij mezelf merk ik een verharding, uit zelfbescherming. Toch kan ik dit niet rijmen met mijn geweten. Ik ben moe, begrijp je, jaag achter de feiten aan. Er is geen tijd meer voor persoonlijke aandacht. En dat is nu juist de reden waarom ik voor dit werk gekozen had.”
Ontevreden door gebrek aan echt menselijk contact
Uit ervaring, snap ik haar dillema. Last van tijdverschillen, ging ik als purser weer op Europese bestemmingen vliegen in plaats van wereldwijd. Ineens waren mijn werkdagen vol hectiek. Met drie korte vluchten per dag naar verschillende Europese steden, was het instappen geblazen, maaltijden checken, welkomstwoord, vliegveiligheidinstructies, maaltijden uitdelen terwijl je trolley naar beneden helt, de tax-free shop runnen, rennen, rennen van het ene vliegtuig naar het andere. Tijd voor een zinnig gesprek met collega’s of passagiers, zoals voorheen, was er nauwelijks. Ik werd ontevreden over mijn werkprestaties, door het gebrek aan tijd voor menselijk contact.
Na een acute hernia operatie besloot ik ermee te stoppen. Ik werd ZZP-er. Als wandelcoach/ trainer heb je genoeg tijd voor een intensief persoonlijk gesprek. En hier bij onze Bed and Breakfast The Art of Joy vertellen gasten in hun beoordelingen dat ze zich thuis voelen door de persoonlijke aandacht.
De menselijke factor
Zo zijn er de ‘dagelijkse blijken van medemenselijkheid’ maar dus ook (werk) situaties waarbij de menselijke factor zoek geraakt is. Waarom? Het werk is vaak rationeel georganiseerd. Dit is slecht voor de medewerkers die binnen de kortste keren een burn-out krijgen. Met al de clïent volgsystemen ligt de nadruk op controle in plaats van op persoonlijke aandacht.
Hoe kunnen wij ons steentje bijdragen om de maatschappij terug te brengen van bezuinigend, naar persoonlijk met genoeg blijken van medemenselijkheid?



