Mr. Blue, I’m here to stay with you

Mr. Blue, I’m here to stay with you

Mr Blue, I’m here to stay with you !”  Met de microfoon vlak aan zijn mond zingt René Klijn vol overgave. Of zijn leven ervan af hangt,  want lang had hij niet meer.  Een kort jaar daarna stierf hij aan AIDS. Hoe Paul de Leeuw René uitnodigt om zijn situatie te delen is ontroerend. Mijn ogen schieten vol bij het weerzien van deze episode van 28 november 1992 bij  ‘De schreeuw van de leeuw’  onlangs uitgezonden door DWDD. Terwijl ik mijn tranen laat gaan blik ik terug op november 1988.

Doe open die deur!

“Juan, doe open die deur!” “Verdorie, ik weet dat je thuis bent!” Ik sla met vlakke hand tot pijnens toe tegen de groene deur van het historische pand aan de Lauriergracht in het anders zo knusse Jordaan. Mijn gevoel geeft allesbehalve gezelligheid aan, meer paniek. Juan, een goede vriend van mij is de laatste maanden erg moe. Waar we normaal gesproken wekelijks samen musea en tentoonstellingen afstruinen, onze verhalen delen,  laat hij nu verstek gaan. Geen zin. En dat zint mij niet. “Ga naar de dokter!” adviseer ik hem herhaaldelijk. Maar tegen dovemans oren.

Radiostilte

Tot vorige week, waarin hij een afspraak had met de dokter. Sindsdien radiostilte. De telefoon ligt van de haak. Met regelmaat bel ik aan, echter niemand doet open. Maar nu ik een schim achter het gordijn gezien heb, ga ik niet meer weg. Samen werkend als lokaal gids voor inkomend toerisme zijn we nu al drie jaar vrienden. Vaak begeleiden we samen groepen uit Spanje of Zuid- Amerika en delen de opbrengst. Juan helpt mij met specifieke Spaanse termen in de schilderkunst of architectuur. Zijn oorsprong ligt in een klein dorpje in Uruguay

Rauwe waarheid

Nu echt bezorgd waag ik nog een poging en schreeuw de longen uit mijn lijf; “ Juan, laat mij binnen! ” Dan wordt langzaam een raam naar boven geschoven en zie ik Juans’ bleke gezicht afsteken tegen zijn zwarte haar. “Dejame em paz, querida!” (laat mij met rust schat) zegt hij gedempt, gevolgd door een stevige hoestbui. “Juan”, zeg ik met verheven stem “ Ik blijf hier net zolang schreeuwen totdat je burengerucht krijgt. Ik maak me zorgen.”

“Bien”, zegt Juan met een zucht. En als ik goed en wel met thee naast hem op de bank zit begint Juan te delen. Hij komt moeilijk uit zijn woorden. “ Longkanker, ze geven me nog twee maanden,” brengt hij traag en al hoestend uit. Ik doe mijn best om niet te huilen. Nu ontwar ik ook vlekken op zijn gezicht en weet dat hij die nare ziekte heeft, waar iedereen stiekem over praat of het de pest is. Maar ik ga mee in zijn verhaal.

Delen

Na deze dag lopen we samen de consulten af, delen alles en ik laat hem niet meer los.  ‘Mr Blue, I am here to stay with you!’ Bij het AMC geef ik mij op als buddy. Ons contact is intiemer en warmer. Woorden zijn vaak niet nodig, een omhelzing, een hand zegt genoeg. Bovendien is praten te vermoeiend voor Juan.

Ondertussen ben ik aangenomen bij de KLM. Ze delen mij in op kort en intensieve vluchten; kort weg en lang thuis. Als ik er niet ben, neemt een vriendin het van mij over. De meeste gemeenschappelijke vrienden die over de vloer kwamen zijn gevlucht. Of een kus al besmettelijk zou zijn

Ondanks dat Juan zogenaamd nog twee maanden te leven had, zijn ons nog  twee extra jaren gegund. Juan bleef altijd geïnteresseerd, goedlachs en leergierig over het leven. Zijn laatste wens om zijn zus en neven op Mallorca te bezoeken, hebben we ondanks het vele hoesten samen kunnen delen. Het was een bijzondere reis. Als nakomer waren zijn ouders al overleden, de rest van zijn familie had afgehaakt omdat hij gay was.

Net te laat

Daarna ging het op en af. Als hij in bed lag, zat ik naast hem hand in hand. Gewoon er zijn was voldoende. Toen werd ik ingedeeld op een lange vlucht naar mijn lievelingsbestemmingen Chili en Argentinië. Het ging net weer goed met Juan. “Ga en geniet!” Na de landing op Schiphol, belde ik enthousiast naar Juan, maar er werd niet opgenomen. Daarna belde ik het AMC. “ Kom meteen!” vertelde de broeder gespannen. Als een wiedeweerga ging ik met uniform nog aan naar het AMC, net te laat. Juan is gestorven december 1990.

Elkaar de hand reiken

Waarom zo’n verdrietig verhaal zo voor de feestdagen? Wat ik wil overbrengen met dit verhaal is hoe menselijk (ook dierlijk) het is om weg te kruipen, je wonden te likken als het leven tegen zit. Hoe mooi het is voor beide partijen als je dan elkaar de hand kunt reiken, een ander uit kunt nodigen om te delen. Het is een uiting van vertrouwen en liefde. Feestdagen zijn dan echt een feest.  Had AIDS zich acht jaar later bij Juan geopenbaard dan had hij nog geleefd, dankzij het Aidsfonds. Mocht je nog een zakcentje over hebben, doneer het in deze schoen.

Wat doe jij als jij in een moeilijke periode zit, ga je het delen of trek jij je terug? Wanneer reik jij een hand uit naar een ander?